Muziek is emotie. Muziek is therapie. Muziek is geluk. Muziek is liefde. En muziek is een tijdmachine. Daar blijf ik me keer op keer over verbazen, terwijl het aantal voorbeelden zich toch telkens maar op blijft stapelen. Ik beleef momenten uit mijn leven opnieuw wanneer ik specifieke liedjes of soms zelfs complete albums hoor. Ik zie mezelf weer in een bepaalde situatie, ik vóel me weer zoals toen. Van de meest gelukzalige gevoelens tot aan momenten waarvan ik niet eens meer wist dat ik ze meegemaakt had. Van die verhalen of gebeurtenissen die je niet kunt navertellen als je zou willen, omdat je ze simpelweg bent vergeten, totdat je er dankzij zo’n liedje ineens weer middenin zit.
Je wilt voorbeelden? Vooruit, daar gaan we. Maar ik heb je gewaarschuwd, het zijn er tientallen en ze vliegen van hot naar her. Bij de eerste klanken van David & the Citizens’ Are you in my blood? fiets ik ineens op Vlieland met mijn oude buurjongen, mijn beste vriend. Ik zit weer in de zon op een bankje onder de vuurtoren, we spelen het spelletje Wollie Bollie. We hebben de slappe lach om het spel, terwijl wandelaars ons passeren en glimlachen om onze vrolijkheid. En tegelijkertijd flitst het beeld door mijn hoofd dat we met vierkante ogen in een bovenwoning aan de Dorpsstraat zitten, omdat we zo lang naar afleveringen van Creatief met Kurk kijken dat we niet meer bijkomen van het lachen.
“It’s looking like a limb torn off”, zingt Ben van Band of Horses. Daar loop ik, mijn capuchon op tegen de regen, alleen over de Grote Markt in Groningen. Onderweg naar Café Images, waar ik dan weer eenzaam in de rode pluchen stoel naar een kunstzinnige film moet kijken die ik niet begrijp, terwijl mijn medestudenten in groepjes in de rijen om mij heen zitten. Waar ik wegzak in de anonimiteit van het donkere bioscoopzaaltje.
Summer Jam 2000, ik zit naast mijn zus in de groene VW Polo. Het is meer dan dertig graden, we rijden met de raampjes open en de bassen op vol volume over een Zuid-Franse camping en voelen ons blij en vrij.
Tijdens de driedelige symfonie van Muse lig ik in het donker op de bank in de woonkamer, samen met mijn vader en moeder. Donker, op het blauwe lampje van de geluidsinstallatie en het flakkerende licht van de vlammen in de houtkachel na. We liggen met zijn drieën te genieten van de muziek, van het moment, van dit gevoel samen kunnen delen. Ik voel me intens gelukkig.
Als ik Bloodsport van Official Secrets Act hoor, zie ik Niels tijdens onze eerste date – hoewel we dat niet zo benoemden – met zijn ogen dicht staan in Vera, genietend van de muziek, terwijl ik stiekem naar hem gluur. The man who would be king van The Libertines hoor ik voor het eerst via zijn mp3-speler, terwijl ik naast hem zit in de boemeltrein, onze knieën stiekem tegen elkaar aan.
Het Pearl Jam album Binaural neemt me terug naar de basisschool, toen ik als tienjarige in mijn oversized winterjas – gekocht op de groei – met Pearl Jam patch op de mouw gespeld rondliep en mijn klasgenootjes naar de Spice Girls luisterden. Ik haastte me naar huis, want daar wachtte mijn zelf gekochte radio-cd-speler en dat nieuwe Pearl Jam album, dat mijn broer, zussen en ik allemaal van onze ouders hadden gekregen.
Op mijn kleine slaapkamertje luisterde ik in die tijd ook naar een cassettebandje met zelf verzamelde liedjes, waaronder The Burning Red van Machine Head. Ik vond de muziek in dit nummer zo zwaarbeladen met emotie en onheil, dat ik ondertussen beelden voor me zag van oorlogsgebieden, alsof ik naar het journaal zat te kijken. Zelfs nu bekruipt me dat gevoel nog, wanneer ik het hoor.
Als ik Jónsi’s half fluisterende stem in Dauðalagið hoor, lig ik in het donker in mijn bed. Het lijkt bijna alsof hij in mijn slaapkamer staat te zingen. Het album ( ) is bijna afgelopen, ik slaap al bijna, terwijl de klanken door het donker dreunen. Dreunen, want het volume moet op verzoek van mijn ouders zó luid dat zij beneden in hun bed ook kunnen meegenieten. Dit is ons ding.
Mijn middelbareschooltijd herbeleef ik met een mix van gevoelens, zoals dat hoort tijdens je pubertijd. Keane symboliseert de eenzaamheid die ik voelde toen ik in een koud huis bij een Duits meisje sliep in het kader van een uitwisseling. Maar tegelijkertijd symboliseert Jets Are you gonna be my girl? het dansen, zingen en mijn allereerste pizza ooit eten met de wél gezellige klasgenoten en andere Duitse leerlingen tijdens diezelfde uitwisseling. Van Racoons Love you more waarbij ik samen met mijn beste vriendinnen zorgeloos aan het strand lag te kletsen en fantaseren over jongens, tot het luisteren naar Nightwish’ Ghost love score, terwijl ik 18 kilometer naar huis fietste en maar bleef nadenken over mijn zoveelste onbeantwoorde jeugdverliefdheid. Ik fiets zonder lamp, maar in het vollemaanlicht en de vrieskou naar huis na een gezellig bezoekje aan mijn oude buurjongen tijdens Royksöpps What else is there?
De eerste tonen van Radioheads Kid A transporteren me terug naar 2000, waarin we steevast elke zondagmorgen genoten van die grensverleggende plaat. Als ik de eerste klanken van Kents Du & Jag Döden of Belle and Sebastians Life Pursuit hoor, zit ik weer om 06.00 uur ’s morgens op de fiets, onderweg naar een gigantisch veld vol lelies waar ik de bloemknoppen uit moet knakken voor een schamel scholierenloontje.
Wat een totaal ander gevoel krijg ik bij Columbus van Kent: ik zit huilend in de bus naar college, omdat mijn moeder me via de telefoon vertelt dat haar tumor terug is. Bij de vrolijke klanken van I can hear music flitsen er gelijktijdig meerdere gelukzalige herinneringen door me heen. Van mijn vader die keihard meezingt met The Beach Boys op volume 60 tijdens het stofzuigen of in de auto, als hij me weer eens “matste” en me naar school bracht wanneer het regende, tot de gelukkige, zorgeloze beelden van mijn jeugd die werden getoond tijdens onze bruiloft.
Dé soundtrack van onze bruiloft bestaat voor mij uit Rage Against The Machines Killing in the name of… en The Offsprings Self Esteem, waarop we met z’n allen losgingen. Ik herinner me alle blije gezichten om mij heen, van de mensen die ik het meeste liefheb, wat een gelukzalig gevoel. Én ik voel de gigantische spierpijn in mijn bovenbenen van al dat springen en dansen, toen ik twee dagen later door de gigantische terminal van Charles de Gaulle strompelde. Maar wat was het de moeite waard geweest.
Muziek smijt je terug in de tijd. Zoveel herinneringen, gevoelens, verhalen. De ene nog vers in het geheugen, regelmatig bewust opnieuw afgespeeld voor mijn geestesoog. De andere vergeten of weggestopt in een hoekje van mijn brein, alleen tevoorschijn gebracht wanneer er plotseling een liedje voorbijkomt, terwijl ik totaal niet voorbereid ben op alle gevoelens die dat met zich meebrengt. Of juist omdat ik weer even op zoek ben naar dat gevoel, de emotie wíl ervaren. Muziek is geluk, verdriet, liefde, pijn. Muziek is herinneren. En juist daarom is muziek zo krachtig.






Geef een reactie